~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~.....................................................................................
In familiekring wordt wel eens gevraagd hoe de namen van
d'Arnaud van Boeckholtz zijn samengesmolten.
~              Hoe Waarom Wanneer...??
Gangbare versie verhaal is dat Hugenoten uit Frankrijk vluchtten
- vervolgens naar Noord Nederland kwamen-er een van hen met:  
Von Buchholz trouwde en men besloot tot samensmelting van de
naam ......
..Klinkt redelijk aannemelijk.
In het verhaal van Erich d'Arnaud van Boeckholtz
wordt een andere 'versie' weergegeven.Het verhaal van Erich
is in de familie weinig bekend - hoewel hei vermeld staat  in
boekje Oom Fred - Stamboom.-------

...Het is mij een Raadsel ...... Erich zoon van Wilhelm ;
waarom de vader van Wilhelm koos voor een Duitse naam en
waarom die vader dan ook weer kiest voor een Duitse naam .

.............................................................................................
~~~~~~~~~~~~~~~~~~
HET INTERVIEW~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

~interview: Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat in op de
afkomst van de twee takken in zijn voorgeslacht  d'Arnauds en
de Boeckholtzen.
Rond 1800 vertrekt een handelaar d'Arnaud naar Indie die daar
met een inlandse vrouw trouwt. later trouwt een Von Buchholtz
met een d'Arnaud in Indie en de familienaam wordt samen-
gevoegd.
……………………………
Hij gaat verder in op de familienaam Raaff in Indië.Zijn vader
Wilhelm en moeder Winny zijn volle neef en nicht. Ze trouwen
in 1918 in Soerabaja, waarna twee kinderen worden geboren.
Voor zijn trouwen studeert de vader van meneer d'Arnaud van
Boeckholtz op de hbs in Nederland, In Zürich Zwitserland
studeert hij af als werktuigkundig en elektrotechnisch ingenieur
en reist in 1918 naar Nederlands-Indië.

Kort hierna trouwt hij en komen er twee kinderen. In 1926 loopt
het huwelijk stuk. Moeder Winny gaat werken als onderwijzeres in
Djember om voor de kinderen te kunnen zorgen. Zijn vader werkt
bij Lindeteves als chef van de technische afdeling.
Na de scheiding van zijn ouders wordt meneer d' Arnaud van
Boeckholtz met zijn zuster bij oma Raaff in Soerabaja
ondergebracht. Ze zien zowel hun vader als moeder regelmatig.
Ze worden Europees opgevoed en mogen niet met inlanders
omgaan. Dit vindt meneer d'Arnaud van Boeckholtz vervelend.

Hij is zeer in het leven van de inlandse kinderen geïnteresseerd.
Moeder Winny hertrouwt met Joop van der Land, een collega van
de vader van meneer d'Arnaud van Boeckholtz bij Lindeteves, en
verhuist naar Medan. Ze krijgen in 1928 nog een zoontje,Tom.
In 1931 komen meneer d'Arnaud van Boeckholtz en zijn zuster
over naar Medan. Het zal zestien jaar duren voordat hij zijn vader
weer zal zien. Hij maakt hier de openbare lagere shcool af. Er
zitten veel inlandse kinderen bij hem in de klas. Hij mag geen
inlandse vriendjes meenemen naar huis.

Tussen 1933 en 1935 doorloopt hij twee jaren hbs. Daarna reist
het gezin met verlof naar Nederland. In Den Haag woont een zus
van oma Raaff, waar meneer d'Arnaud van Boeckholtz en zijn
zuster worden ondergebracht.
Tegen zijn zin moet hij in Nederland achterblijven om zijn hbs af
te maken. Hij komt bij vreemde Hollanders in de kost. Zijn
Indische gewoontes geven conflicten. Hollands eten eet hij met
sambal.
Hij doorloopt het Kennemer lyceum met goede cijfers en haalt zijn
hbs-diploma. Iedere week schrijven meneer d'Arnaud van
Boeckholtz en zijn zus een brief naar hun ouders in Indië. Hij gaat
in op de feestjes van het Kennemer lyceum. Daar wordt niet
gedanst zoals in Indië, maar gevreeën. Dit bevalt hem niet.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz is een goede tennisser op de
hbs. Na zijn eindexamen hbs doet hij in 1938 toelatingsexamen
voor de KNIL-officiersopleiding op de KMA te Breda.

Zo wil hij via het officiersschap later wiskundeleraar worden. Hij
wordt afgewezen op de KMA. In het jaar daarop volgt hij twee
cursussen om daarna opnieuw toelatingsexamen te kunnen doen.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat in op de inhoud van de
cursussen. Bij de keuring blijkt hij een liesbreuk te hebben. Hij
wordt geopereerd, en wordt daarop goedgekeurd. Hij doorloopt
het eerste studiejaar met goed gevolg. In mei 1940 wordt hij in
Haarlem op wacht gezet. Hij vertelt over zijn ervaringen in de
meidagen van 1940.

Eenmaal terug op de KMA in Breda wordt hij krijgsgevangen
gemaakt. Hij mag het terrein niet verlaten, maar roeit wel door de
stad. Van het Rijk krijgt hij een toelage voor twee jaar om op de
middelbare kolonial elandbouwschool te Deventer te studeren.
Dit duurt tot mei 1942. Hij kan de studie doen omdat hij de
loyaliteits verklaring heeft getekend. Na mei 1942 meldt hij zich
in Assen en wordt door de Duitsers naar Neurenberg afgevoerd.
Hij gaat in op zijn gedachten over Pearl Harbor en de Japanse
opmars in Indië.

In deze tijd heeft hij contacten met de ondergrondse. Na mei
1940 heeft hij geen contact meer met zijn ouders in Indië. Na een
half jaar in Neurenberg wordt hij op transport gesteld naar een
klooster te Stanislau in Polen. Hier zit hij anderhalf jaar. Bij het
oprukken van Russen wordt hij naar Neubrandenburg vervoerd.
Onderweg ontsnappen veel krijgsgevangenen uit de trein. Door
de Russen wordt hij in april 1945 bevrijd. In een Amerikaanse
truck bereikt hij uiteindelijk sterk vermagerd Nederland.

Hij recupereert in Den Haag bij een oudtante, samen met zijn
zuster. In augustus komt de oproep om met een groep van
tweehonderd cadetten naar Indië te gaan. Voor vertrek krijgt hij
geen verdere militaire oefening. In Dover aangekomen blijkt
Japan gecapituleerd te zijn. In Engeland wachten de cadetten
twee maanden op verder vervoer naar Indië. Hen wordt weinig
verteld over de veranderde toestand in Indië. Ze sporten veel.
Een KNIL-officier legt uit dat ze Amerikaanse uitrusting en
handleidingen zullen krijgen in Indië.

In oktober vertrekt de troep op de Sterling Castle en gaat de
vaart via Kaap de Goede Hoop. In de Indische Oceaan krijgen ze
een zware storm te verduren. Aan boord zitten vijf duizend
Australische vliegers, twee duizend KL oorlogsvrijwilligers en de
groep cadetten . Meneer d'Arnaud van Boeckholtz geeft de
KL'ers voorlichting over Indië. Men verwacht dat het gezag van
de Amerikanen, niet van de Engelsen, in Indië overgenomen zal
worden.
Hij gaat verder in op de voorlichting die hij aan de KL'ers aan
boord van de Sterling Castle geeft. Het schip meert in Melbourne
af om de Australiërs van boord te laten gaan. De havenarbeiders
bekogelen het schip met Nederlanders, omdat ze tegen de
'kolonisatie' van Indië zijn. Ook in Nederland was de stemming al
vaak tegen de Indië-gangers. In de vroege ochtend gaan de
Nederlanders van boord en verhuizen naar een KPM-schip.

De reis gaat dan niet naar Batavia, maar naar het eiland Pinang.
(09) De cadetten worden in de stad gelegerd. Ze worden hier
twee maanden lang door de ouderejaars opgeleid. De Engelse
wapenkennis en gevechtstactieken wordt direct doorgegeven aan
de KL'ers. Het is flink aanpoten. In januari 1946 reist meneer d'
Arnaud van Boeckholtz naar het Xe bataljon in Batavia. Hier
verblijft hij drie weken voordat hij bij een Brits-Indisch onderdeel
in Soerabaja wordt gedetacheerd, samen met Bob de Bont.

Hij gaat in op het contact dat hij inmiddels weer heeft met zijn
ouders in Indië. Zijn stiefvader is omgekomen. Meneer d'Arnaud
van Boeckholtz gaat in op de omstandigheden waaronder hij is
omgekomen. Hij zet zich in 1946 in Medan in om een oorlogs
pensioen voor zijn moeder te krijgen. Na aankomst per vliegtuig
in Soerabaja ontmoet hij zijn vader kort. Hij wordt gedetacheerd
in een Brits-Indisch bataljon. Het ligt op een suikeronderneming
bij Gedangan. Hij gaat in op de onderkomens en oe bevelsvoering
van dit bataljon. Hij houdt zich veel op met de troep en komt
weinig in de officiersmess.

In de tuin zijn verdedigings opstellingen ingericht.  Deze zijn heel
efficiënt ingericht. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz wordt snel
door troep in de opstellingen door de 2e luitenant geaccepteerd.
Hij eet mee in de stellingen. In de weekeinden bezoekt hij zijn
vader en oma in Soerabaja. Eenmaal gaat de Indiase majoor mee
naar zijn oma. Op de weg naar Soerabaja worden 's nachts
geregeld mijnen gelegd. Hierdoor vallen veel slachtoffers. De
Brits-Indische troep richt een hinderlaag langs de weg in, maar
ze vangen niets.

Een groots opgezette zoektocht door het hele bataljon naar de
mijnenleggers levert ook niets op. Op aanraden van meneer d'
Arnaud van Boeckholtz en Bob de Bont wordt een kleine patrouille
samengesteld om bij verrassing een kampong in de buurt te door-
zoeken. Hier krijgen ze uiteindelijk toestemming van de Indiase
majoor voor. In de kampong wordt midden op de dao een stenen
huis doorzocht. De deur van 't huis blijkt te zijn gebooby- trapt.
Verder in de kampong vinden ze op aanwijzing van een Javaan
Japanse bommen die in de rivier zijn gedumpt. Deze bommen
worden omgebouwd tot mijnen. Ze worden enkele dagen later
opgeruimd. Zo houdt de mijnenplaag op.

Op 26 februari 1946 krijgt meneer d'Arnaud van Boeckholtz tien
dagen verlof om zijn moeder in Medan op te zoeken. De bataljons
commandant geeft hem een lift naar Soerabaja.
Onderweg wordt een mijn net op tijd onschadelijk gemaakt door
de bemanning van een truck die voor hen rijdt. Zijn moeder wordt
niet ingelicht dat haar zoon op bezoek zal komen. Ze blijkt twee
dagen eerder naar Nederland te zijnvertrokken voor recuperatie
verlof. In 1951 ziet hij haar voor het eerst na zestien jaar terug.

Meneer d'Anaud van Boeckholtz logeert drie nachten bij een paar
kennissen in Medan. Hij wordt nu ten noorden van Medan bij
Infanterie VI KNIL geplaatst, dat op de rubberplantage Kamp
Helvetia bij Poelauberajan-West is gelegerd. Hij is dan cadet-
vaandrig. De bataljonscommandant heet kapitein Claui.
Bijna iedere nacht wordt de onderneming aangevallen door de
TNI, ondersteund door Japanners. Eenmaal wordt 'n gesneuvelde
Japanner gevonden.
De KNIL'ers van Infanterie 6 zijn allemaal teruggekomen uit
Japanse krijgsgevangenschap, of zijnIndonesische KNIL'ers die
zich uit de kampong aan hebben gemeld. De inlichtingendienst
werkt goed. De TNI-aanvallen worden vooraf verwacht. In de
vrouwenloodsen voor de echtgenotes van de KNIL'ers komen veel
ruzies voor.

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz instrueert  KNIL'ers in Engelse
wapenkennis. Hij steunt veel op wapenmaker in 't kampement.
Infanterie VI wordt langzamerhand begin 1946 geformeerd.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz wordt beëdigd tot 2e luitenant.
Hij geeft onder andere schietinstructie. Dit gaat eenmaal bijna
mis als blijkt dat iemand een scherpe patroon in de kamer van
zijn Lee Enfield heeft. Een collega van meneer d'Arnaud van
Boeckholtz, een 'Steurtje', vraagt hem getuige te zijn bij diens
huwelijk. De ex-krijgsgevangenen zijn, op enkele ouderen na,
goed geschikt voor militaire dienst. Hij vindt het Indië van na de
oorlog vervuild.

Hij voelt zich wel weer thuis in het land. Vertelt over Menadonese
oppasser bij Infanterie , Lodewijk Waloejan. Met hem heeft hij
goed contact. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz heeft veel
belangstelling voor het leven van de gewone Indonesiër.
Hij reflecteert op de vrijheidsdrang van het Indonesische volk.
Tegen de nachtelijke aanvallen van de TNI op het Kamp Helvetia
zijn geen verdedigingsstellingen ingericht. Op aanraden van
meneer d'Arnaud van Boeckholtz worden negen stellingen
gebouwd zoals hij die in Soerabaja bij het Brits-Indisch bataljon
heeft leren kennen.

Een genie onderofficier voert zijn aanwijzingen uit. De Engelse
generaal komt op inspectie en beveelt dat zijn troepen in Medan
dergelijke opstellingen moeten krijgen. Meneer d'Arnaud van
Boeckholtz gaat verder in op de opbouw van Infanterie 6. Majoor
Maris laat op een dag een patrouille om de TNI op te jagen door
twee compagnieën in het voorveld uitvoeren. Op de weg naar
Bindjai komen ze onder slecht gericht vuur te liggen.

Interviewgegevens:
.....................Datum interview 5 oktober 1999 ………………

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat verder met zijn verhaal
over de grote groepsactie die hij in 1946 met Infanterie VI onder
majoor Maris meemaakt. Het doel van de actie is de geasfalteerde
weg van Medan naar Bindjai. Hier is hij al eerder op een actie
naartoe, waar hij toen ook onder gericht vuur kwam te liggen. Bij
deze actie ziet zijn kapitein Poppe een groep TNI'ers en een
Japanse militair aan de overkant. Deze vuren gericht over de
weg. Toch steekt de kapitein de weg over en doorzoekt een hut
aan de overkant.

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz plaatst met de mitrailleur een
treffer op een tegen- stander. De grote actie stuit ook op tegen-
vuur, op dezelfde plaats. Majoor Maris besluit dan tot de
terugtocht. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz moet van hem een
hinderlaag leggen achter een dijkje. De tegenstander trapt hier
niet in. Daarop trekt hij ook terug. Vanuit de bomen worden ze op
de terugtocht beschoten. Er vallen geen slachtoffersMeneer d'
Arnaud van Boeckholtz vertelt verder over een nachtelijke
beschieting op de stellingen in kamp Helvetia in Poelauberajan.
Hij ontsnapt hierbij ternauwernood aan de dood.
De boom waar hij een seconde eerder nog voor stond wordt op
borsthoogte doorzeefd.

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz dient als pelotons commandant
in een gemengde compagnie van het Medan-bataljon. Hieruit
wordt in juli 1946 de Infanterie VI geformeerd. Hij gaat in op de
KNIL- bewapening en gevechtstactieken. Verder vertelt hij over
de verhoudingen tussen de verschillende landaarden in de
compagnie waar hij later commandant van wordt. Er is geen
frictie tussen de landaarden, wel competitie  Hij bemoeit zich
nauwelijks met ruzies tussen de vrouwen van zijn militairen. Hij is
niet getrouwd. Op feesten danst hij de zakdoekendans met de
vrouwen. Meneer d'Arnaud van Boekholtz dient kort als pelotons
commandant in het Medan-bataljon, voordat hij rond juni 1946
compagniescommandant wordt.

Hij gaat verder in op ervaringen met verschillende landaarden in
zijn onderdeel. Hij spitst dit toe op het begrip moed. Timorezen
en Chinezen tonen ware moed. Ambonezen zijn meer dolle
stieren. De Javanen zijn een stabiele groep. Later werkt hij met
Toradja's. Deze bevallen hem het beste van alle landaarden.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz wordt in juni 1946, nog steeds
in Infanterie 6, overgeplaatst naar 'n ander deel van de periferie
rond Medan. InMedan zelf is het veilig, in de omgeving nog niet.

Hij gaat verder in op zijn zoektocht in Medan in deeerste helft van
1946 naar ooggetuigen van het verdrinken van zijn stiefvader.
Deze is omgekomen na het torpederen door 'n Britse onderzeeër
van diens boot met krijgsgevangenen in de Straat van Malakka.
Meneer d' Arnaud van Boeckholtz maakt zo het uitbetalen van
een pensioen aan zijn moeder die het in Nederland krap heeft
mogelijk. Hij wordt met twee pelotons in juni 1946 gedetacheerd
naar Poelauberajan Barat.

Hij gaat in op de huisvesting van de troep in deze leegstaande
plaats. Hij leert rijden in een Japanse truck die op het complex
staat. Hier wordt hij tijdelijk bevorderd tot tweede luitenant.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz moet korte tijd een peloton
OVW'ers instrueren bij het bewaken van olietanks  opslagplaats
buiten Medan. Deze schieten 's nachts op wacht op bewegende
pisangboompjes. De Nederlandse OVW'ers zijn niet ingesteld op
de situatie in Indië. Ze weten niets over de tropen.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz moet hen binnen een week
opleiden, waarna hij weer terug moet naarPoelauberajan Barat.

De OVW'ers zijn niet klaar voor hun taak in Indië, maar wel heel
enthousiast om Indië te behouden. Na terugkeer in Poelauberajan
Barat wordt hij met zijn twee pelotons van Infanterie 6 per KPM-
schip naar Billiton gestuurd. Hier moet hij de nieuw geworven
militairen gaan opleiden in Engelse voorschriften en uitrusting.
Hij vertelt over de korte boottocht. De zwangere vrouw van een
van zijn militairen bevalt in het ruim.

In Tandjoengpandan op Billiton aangekomen wordt de troep naar
Klappakampit gereden. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat in
op de leefomgeving in het dorp. Het is hier rustig en veilig. Hij
leidt hier tot november 1946 de troep op. Daarna wordt hij over-
geplaatst naar Infanterie VII. De kazerne waarin zijn troep wordt
gelegerd is van de Billiton Maatschappij geweest. Uiteindelijk
worden hier driehonderd man gelegerd. Cor van der Pols een
jaargenoot van de KMA, helpt hier met de opleiding. Deze heeft
last van zijn benen en houdt zich daarom meer met administratie
bezig.

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz woont in een mooi stenen huis.
Hij gaat in op de andere troepen die op het eiland Billiton zijn
gelegerd. In de vrije tijd wordt op feestjes gedanst en getennist.
Hij wordt naast zijn opleidingstaken welzijnsofficier en ontvangt
zo in zijn huis gezelschappen die de troep vermaken. Hij vertelt
over zijn baboe Mina en haar man, die hij uit Medan naar Billiton
heeft meegenomen. Ze verdienen f.100,- per maand en runnen het
huishouden en de verzorging van zijn gasten. Hij laat op een dag
zijn compagnie een in brand staand alang alang veld doortrekken
om het te blussen. De troep lost dit ingenieus op. Na verloop
van tijd organiseert meneer d'Arnaud van Boeckholtz een groots
opgezette oefening om zijn getrainde compagnie te laten wennen
aan het onder vuur liggen.

Kapitein Onvlee, zijn baas, gaat hiermee akkoord. Hij schetst de
lokale situatie waar hij de oefening laat houden en de opzet van
de oefening. Een lege goederenloods waarin zijn mensen tijdelijk
worden gelegerd moet eerst worden ontsmet en van ongedierte
worden ontdaan.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz laat voor de grote troep een
hinderlaag leggen tijdens de oefening. Er wordt door de mensen
in hinderlaag met scherp geschoten. Zelf loopt hij met zijn
pelotonsstaf rond. Zij werpen aanvalsgranaten na in bomen te
zijn geklommen. Deze produceren harde knallen. Hij schetst het
oprukken van zijn troep en hun reactie op het vuur tijdens de
oefening. Om vijf uur komen ze weer thuis van de oefening. Dan
wacht een telegram van kapitein Onvlee dat ze direct moeten
uitrukken voor een zoektocht naar zogenaamd gelande TNI-
troepen aan de noordkust. Dat duurt de hele nacht. Voor de
oefening wordt boven een riviertje een latrine gebouwd. Het blijkt
dat hier krokodillen in zitten die de behoeften opvreten.

Zelf schiet meneer d'Arnaud van Boeckholtz met een Lee Enfield
op een enorme krokodil. Deze geeft echter geen kik. Hij gaat in
op de diverse gezelschappen die hij als welzijnszorgofficier op
Billiton ontvangt. In de soos worden ook voor de mensen van de
Billiton Maatschappij feesten georganiseerd. Hij gaat in op een
dansfeest dat hij helpt organiseren. Omdat hij niet getrouwd is
gaat hij vrijwel iedere avond voor gezelligheid naar de kazerne.

Zo organiseert hij een maand voordat hij wordt overgeplaatst een
klasje voor de Nederlandse taal, lezen en schrijven ten behoeve
van zijn mensen. Hij gaat verder in op de gesprekken 's avonds
op het platje achter zijn huis. Meneer d'arnaud van Boeckholtz
krijgt een nieuwe baas, de KL-overste Sjouke die met de bronzen
leeuw is onderscheiden.Deze wil hem als luitenant-adjudant
hebben, maar dat weigert meneer d Arnaud van Boeckholtz.
Overste Sjouke wil hem tevens koppelen aan een van zijn
dochters. Daar heeft meneer d'Arnaud van Boeckholtz ook geen
zin in. Vanaf dat moment zet deoverste hem de voet erg dwars.

Hij wordt in maart 1947 tegen zijn zin overgeplaatst naar Bangka
en krijgt hier een logistieke functie bij de staf van de overste.
(14) Hij krijgt een zwaar takenpakket. Logistiek wordt hij als
verplegings- en transportofficier verantwoordelijk voor het hele
territorium, voor rond de duizend man en zijn eigen bataljon. Hij
voert twee administraties. Het territorium is zo groot als heel
Europa. Hij is daarnaast materieel officier en hoofd van de
legeraanschaffingsdienst voor het hele territorium. Zijn
voorganger, eerste luitenant Karel Schrek, heeft het wagenpark
in Bangka administratief gezien in een puinhoop achtergelaten.
Dit moet hij op orde brengen. De vrouw van zijn vroegere second
in command op Billiton helpt hem hierbij.

In december 1948 krijgt hij van overste Sjouke de opdracht een
peloton aan te voeren bij een landing in Palembang. Drie dagen
en nachten hiervoor heeft hij deze actie al voorbereid. Meneer d'
Arnaud van Boeckholtz weigert deze opdracht als hij zijn
logistieke functie niet kan overdragen aan een vervanger. Dit
leidt tot een conflict met de overste.
Dit is terug te leiden tot zijn eerdere weigering diens luitenant-
adjudant te worden. De taak van de voorbereiding van de tweede
politionele actie komtvoor meneer d'Arnaud van Boeckholtz
onverwacht. Hij gaat in op de voorbereiding en het verloop van
de tweede politionele actie.

Na ongeveer een week organiseert meneer d'Arnaud van
Boeckholtz via Batavia extra bevoorrading voor de luitenant van
Galen, die hem hierover een noodtelegram had gestuurd. Hij
krijgt de gevangen genomen regering van Soekarno op Bangka in
een hotel te verzorgen. Verder gaat hij in op de viering van een
koninginnedag met eengrootse parade op de aloen aloen in
Pinang. Hij krijgt ook een Amerikaanse B-17 bemanning die drie
weken lang foto's moeten maken voor de luchtkartering in de
verzorging.

Deze Amerikanen drinken veel. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz
drinkt niet met hen mee. Hij neemt ze in opdracht van de overste
mee naar een Indonesische bruiloft. Dit waarderen de Amerikanen
zeer. Als tegenprestatie mag hij een keer met hen meevliegen.
Hij discussieert met hen over zijn vriendelijke omgang met de
Indonesiërs, waarover ze zich verbazen. Voor de ontspanning
tennist meneer d'Arnaud van Boeckholtz op Bangka, waaronder
met twee Chinezen. Met een van hen raakt hij bevriend. Deze
Chinees werkt in de houthandel van diens vader. In zijn begintijd
in Bangka krijgt meneer d'Arnaud van Boeckholtz Chinezen op
bezoek, die voor veel geld trucks willen 'overnemen'. Hier gaat hij
niet op in.

......Interviewgegevens: Datum interview 19 oktober 1999.........
Samenvatting van interview: 1470.3

(01) Kort na de tweede politionele actie wordt meneer d'Arnaud
van Boeckholtz uit zijn functie ontzet en overgeplaatst naar de
troependienst in Pakanbaroe bij Infanterie VII. Dit heeft zijn
speciale interesse vanwege zijn grote belangstelling voor de
verschillende landaarden in het KNIL. Hij krijgt eerst korte tijd
vakantie in Tandjoengpinang. Hij oriënteert zich op zijn komende
troependienst als commandant in Pakanbaroe. Hij vertelt over
zijn nieuwe oppasser Arifin die hem in Tandjoengpinang rondrijdt
tijdens zijn korte vakantie. Hierop wordt hij met een bootje
van de Riouw-archipel naar Siak vervoerd.

De dagtocht met het bootje stroomopwaarts over de Siak rivier
en door het oerwoud naar de hoofdstad Siak is Indrukwekkend.
Ze worden onderweg niet beschoten. Meneer d'Arnaud van
Boeckholtz gaat in op de ontvangst in Siak, waar hij militair
commandant zal worden. Hij krijgt met zijn militaire gezelschap
een rondleiding door het indrukwekkende paleis van de sultan
van Siak. Hij beschrijft het naar Frans voorbeeld gebouwde paleis
uitvoerig.

De rondleiding vindt 's avonds plaats. Hij beschrijft een zware en
ingelegde houten tafel met bijpassende stoelen die ooit door
koningin Wilhelmina aan de sultan zijn geschonken. Diverse
zilveren geschenken zijn tevens in vitrines uitgestald. Het paleis
is een mengeling van Europese en Indonesische invloeden. De
volgende ochtend vaart hij door naar Pakanbaroe. Hier moet
hij eerste luitenant Gerverdink aflossen. Hij wordt tien dagen
ingewerkt in de veelheid van complexe taken die hij op zich moet
nemen. Hij wordt hier militair commandant, hoofd van politie en
hoofd van binnenlands bestuur. Na tien dagen krijgt hij echter
bericht dat hij is overgeplaatst naar het kabinet van de leger-
commandant.

Dit komt volkomen onverwacht. Hij wordt tot ordonnansofficier
van de legercommandant benoemd. Hiertoe voelt hij zich
ongeschikt. Hij vliegt via Padang naar Batavia. In Padang krijgt
hij eerst een pokkenvaccinatie en moet hier drie dagen wachten.
Op het vliegveld komt hij een jaargenoot tegen, die als hoofd van
de inlichtingendienst werkt. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz
brengt de drie dagen door met bezoekjes aan een oude vriend en
een ver familielid in Padangpandjang. In de kazerne aldaar komt
hij zijn oude oppasser weer tegen. Dit speelt in eind augustus of
begin september 1949.

Na drie dagen vliegt hij door naar Batavia. Hij meldt zich bij de
overste de Lucenet de la Sabloniere. Zijn toekomstige functie van
ordonnansofficier wordt hem uitgelegd. Tevens wordt hij plaats-
vervangend adjudant van de legercommandant. Hier acht hij zich
niet geschikt voor. Hij wil terug naar de troep.
Dit wordt toegestaan. Hij wacht drie weken op overplaatsing.
Op het kabinet in Batavia is uitstekend personeel in dienst. Zo
wordt zijn uniform prachtig gestreken.

Na drie weken wachten wordt hij bij Infanterie XXIII in Pasoeroean
Oost-Java geplaatst. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz bezoekt
het oude hotel in Djember waar zijn moeder voor de oorlog na
haar echtscheiding heeft gewoond. Hij is inmiddels als eerste
luitenant compagnies commandant, waarschijnlijk van de B-
compagnie.
Hij krijgt in Pasoeroean zijn oude Chinese oppasser en jeep
chauffeur van Bangka terug. Deze had een ernstig auto-ongeluk
gehad, maar reist na zijn herstel naar meneer d'Arnaud van
Boeckholtz in Pasoeroean, waar hij in het daaropvolgende jaar
zijn bediende zal zijn. Hij betaalt hem f. 100,- per maand.
Na twee weken wordt zijn gemengde compagnie naar Djember
overgeplaatst.

Meneer d' rnaud van Boeckholtz vertelt een verhaal over de
terugkomst van een patrouille op het plein in Djember. Hij en zijn
troep kopen stroopjes met ijs bij een winkeltje dat door een oud
Indone- sisch vrouwtje wordt gerund. Deze vrouw vertelt hoe
blij ze is dat de Nederlandse troep is teruggekeerd en voor orde
en rust heeft gezorgd.
Na enkele dagen in Djember vertrekt zijn compagnie naar
Lawang. Even buiten de plaats worden ze in het gekkengesticht
Soemberporong gelegerd, in het eerste cluster barakken. Een
collega zit met diens compagnie in een hoger gelegen stel
barakken. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz zit hier tussen
begin november 1949 en ongeveer augustus 1950. In deze
periode moet het KNIL ontbonden worden.

Het XXIIIe bataljon infanterie heeft een geschiedenis van hard
vechten op Oost-Java. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz komt hier
echter nauwelijks in gevecht met de TNI. Eenmaal in Pasoeroean
komt 's avonds een Indonesische informant uit de kampong bij
zijn huis aangezet.
Deze is zwaar gewond geraakt door een dum-dum kogel. Hij
geneest later geheel in ziekenhuis te Malang. Meneer d 'Arnaud
van Boeckholtz zet een nachtelijke patrouille op naar deze
kampong, maar er wordt niets aan getroffen. Hij gaat verder met
zijn verhaal over zijn tijd in Soemberporong.
=
Sumber Porong is een bestuurslaag in het regentschap Malang
van de provincie Oost-Java, Indonesië. Sumber Porong telt 7198
inwoners (volkstelling 2010).
=
Met vrouwen en kinderen telt zijn gemengde compagnie zo'n
vijfhonderd zielen. Het kader is redelijk gevuld. Bij de ontbinding
van het KNIL raakt hij successievelijk alle landaarden kwijt,
behalve de Toradja's.

Deze tellen met vrouwen en kinderen zo'n driehonderd en vijftig
zielen. Hij maakt zich zorgen over het lot van zijn mensen als ze
terug worden gestuurd naar hun thuislanden. Dit acht hij
onverantwoord. Met zijn Toradja's bouwt hij een sterke band op.
Het kader van zijn compagnie raakt hij langzamerhand kwijt.
Onder de Toradja's zijn bijna geen kaderleden. Zo wordt het
runnen en foerageren van zijn eenheid moeilijk. De Toradja's
zijn vies. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz hamert op het
bijhouden van hun hygiëne. Hij leidt een  schrijver op tot
administrateur van zijn compagnie. Hij heeft geen foerier meer
voor het beheer van het magazijn. Dit is een groot probleem.

Het benzinestation op zijn terrein laat hij een Toradja beheren.
Bij zijn bataljonscommandant majoor Kokkelkoren vindt hij geen
oor voor zijn problemen. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz slaapt
in de barak bij zijn mensen. Hier heeft hij een hokje voor zichzelf.
Over de Toradja's komt hij steeds meer te weten en leert hen
zeer te waarderen. Zijn Toradja sergeant laat hij zelfstandig
opereren. Deze is een betrouwbare tussenpersoon. Meneer d'
Arnaud van Boeckholtz spreekt veel met zijn Toradja's over hun
cultuur, bijvoorbeeld over hun dodencultus en besnijdenis.

Zo leren Toradja jongens/meisjes elkaar kennen op dodenfeesten.
De afbouw van het KNIL stemt somber. Voor het bijhouden van de
politieke ontwikkelingen heeft hij in deze periode geen tijd.
Hij gaat in op de wederzijdse schendingen van demarcatielijnen
in zijn rayon eind 1949. Na een schending van de lijn in de buurt
van Malang door de TNI besluit meneer d'Arnaud van Boeckholtz
de kampong aan andere kant van de demarcatie te onderzoeken.
Dit gebeurt met een groep van twaalf man. In de kampong wordt
niets aangetroffen.

Op de terugweg wordt zijn groep door 'n peloton TNI achtervolgd.
De benen van meneer d'Arnaud van Boeckholtz weigeren dan
dienst. Hij kan korte tijd later alleen rustig verder lopen.
Korporaal Toetoearima, een Ambonees, gaat er dan met zeven
geweerschutters vandoor. Het groepje van meneer d'Arnaud van
Boeckholtz komt heelhuids bij een eigen detachement aan, omdat
de mortier van de TNI hapert. Een andere keer in eind 1949 levert
meneer d'Arnaud van Boeckholtz een brief met een klacht over
een schending van de demarcatielijn af bij een TNI-wachtpost bij
Lawang.
Hij had gemakkelijk neergeschoten kunnen worden bij deze
gelegenheid. Met zijn Toradja's verhuist hij in de lente van 1950
vanuit Soemberporong naar Malang, omdat zijn terrein te
Soemberporong aan de TNI wordt overgedragen. Hier zijn ook
nog enkele Ambonezen gelegerd.

Het successievelijke afscheid van de diverse landaarden in zijn
compagnie valt meneer d Arnaud van Boeckholtz zwaar. Bij de
verhuizing van Lawang naar Malang vergeet hij aanvankelijk
voedsel voor zijn troep te regelen. Met vier trucks worden zo'n
driehonderd mensen verhuisd. Onderweg worden ze niet
beschoten. In Malang wordt de troep in kazerne ondergebracht.

Hij beschrijft de overgebleven landaarden in zijn troep. Hij is dan
de laatste luitenant in Infanterie XXIII en wordt door majoor
Kokkelkoren tot diens luitenant-adjudant benoemd. Op een dag
ontstaat kabaal en een oploop op de appèlplaats. Een Ambonese
sergeant blijkt straf te hebben gekregen van de majoor en is bij
de wacht opgesloten.
De sergeant, en andere Ambonezen, protesteren hier luid tegen.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz weet de sergeant in de cel te
kalmeren, maar wordt achtereenvolgens enkele malen door
Ambonezen met vuurwapens bedreigd. Deze willen dat hij de
sergeant vrij laat. De bedreigende situatie loopt goed af.

Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat in op de aanleiding van de
bedreigingen door de Ambonezen. Naar aanleiding van de
patrouille op TNI-terrein in eind 1949 waarbij de Ambonese
korporaal Toetoearima weg was gelopen had hij hen voor 'laf'
uitgemaakt. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz weigert hierop
verder bevel te voeren over Ambonezen. Er volgen geen
disciplinaire maatregelen tegen de opstandige Ambonezen.

Na twee maanden in Malang wordt hij in oktober 1950 naar
Soerabaja overgeplaatst, in de Darmo-kazerne. Hier worden zo'n
zeshonderd Toradja militairen en hun aanhang onder zijn bevel
geplaatst. Meneer d'Arnaud van Boeckholtz gaat verder in
op de ontbinding van het KNIL in Soerabaja.
De uitrusting en wapens worden overgedragen aan de TNI. Zijn
ongewapende Toradja's worden op straat soms bedreigd door
TNI'ers. Er vallen geen slachtoffers. Zelf weet hij zich te
onttrekken aan een aanhouding door Indonesische politie in de
stad.

Hij houdt zich bezig met het ontslag van zijn Toradja's en wordt
ook belast met hun terugkeer naar de Toradja-landen. Hij wordt
door hen als hun oudste benoemd,een groot blijk van vertrouwen.
Vijftig Toradja's en hun gezinnen willen niet terug, omdat ze in
hun land zullen worden gedood als verraders.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz kan hen in begin 1951 op
Bangka en Billiton onderbrengen via zijn oude contacten in het
bedrijfsleven op deze eilanden.

Dit levert hem een tevredenheidsbetuiging op. Met een KPM-schip
wordt de rest van de troep Toradja's naar Celebes vervoerd.
Meneer d'Arnaud van Boeckholtz begeleidt hen aan boord, samen
met een TNI-officier. Aan land worden ze verder met trucks
landinwaarts gevoerd. Later krijgt hij per brief van overlevende
Toradja's te horen dat een derde van hen direct werd dood-
geschoten. Hij knoopt vriendschappelijke banden aan met de TNI-
officier, die in Soerabaja woont.

Hij gaat in op zijn verdere belevenissen in zijn laatste maanden in
Soerabaja. Zo komt hem ter ore dat een groep Ambonese KNIL'
ers een boot met wapens in de haven kunnen krijgen, om zo mee
te helpen in hun vrijheidsstrijd. De jongere Ambonezen
willen dit niet, ze gaan naar Holland.

In maart 1951 regelt meneer d'Arnaud van Boeckholtz het vertrek
van zijn laatste troepen. Daarop trekt hij voor drie maanden bij
zijn oma in. Ze hebben elkaar zestien jaar niet meer gezien. Hij
wordt in april 1951 naar Nederland gerepatrieerd.

..................Datum interview 5 november 1999.............
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Tana Toraja (of Toraja-land) is een gebied in Zuid-Sulawesi op het
eiland Sulawesi in het huidige Indonesië. In het Nederlands wordt
het uitgesproken als "Toradja". De meeste Torajanen zijn in de
koloniale tijd tot het christendom bekeerd, maar veel van de oude
religieuze gebruiken en gewoontes leven voort tot op de dag van
vandaag. Deze rituelen (zoals voorouderverering) worden
tegenwoordig officieel geschaard onder het Balinees hindoeïsme,
hoewel zij daar feitelijk niet veel mee te maken hebben.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
                                      NAWOORD

Behalve bovenstaand -
heb ik van mijzelf een biografie eschreven/samengesteld
1994-1999 Mijn 1eBoek ...  
001 stamboom d'Arnaud van Boeckholtz
002 Jeugd - 003 Zeevart (Holland Amerika Lijn   -
004 Jaren 1995-2014 -
005 "boek 5 " (Leven en Bespiegelingen).

Heb ik voor mijn oom Jan Bakker 1922-201x
een bio
Jeugd - Engelandvaarder - KNIL 1e-2e Politioneler Aktie -
Spionage na de oorlog.